De ontsteking nader verklaart...

De ontsteking is een van de hoofdonderdelen van uw motor. Het is daarom van groot belang dat uw ontsteking goed werkt en afgesteld is, dit kan u een behoorlijke hoeveelheid benzine besparen.
Bij de A112 zijn er twee ontstekingssystemen toegepast:
- de conventionele ontsteking met contactpunten
- elektronische ontsteking zonder contactpunten, maar met inductiegever.
Voor u nu met draaiende motor gaat bekijken welk type ontsteking in uw auto zit. LET OP! : De secundaire spanning die op de hoogspanningskabels is dusdanig hoog dat u er een flinke klap van kunt krijgen, dus opletten of afblijven.
Maar om te beginnen bij het begin: boven de zuigers in uw motor bevindt zich een brandbaar mengsel van lucht en benzine. Dit mengsel moet ontstoken worden om de zuigers "weg te duwen". Gewoonlijk gaat dit ontsteken niet vanzelf, maar moet er een vonk gemaakt worden door de bougie. De bougie ontsteekt het mengsel door het overslaan van een vonk. (Dit is te vergelijken met de ontsteking van een gevelkachel) Het overslaan van het vonkje bij de bougie komt door een zeer hoge spanning. Deze hoge spanning wordt opgewekt in de bobine (ronde pot op het binnen scherm in de motorruimte). De bobine waarin de hoogspanning wordt opgewekt kunt u vergelijken met een transformator: voedingsspanning wordt verlaagd of verhoogt. Bij de bobine gaat de accuspanning van 12 volt omhoog naar de ontsteekspanning van de bougie (> 10.000 volt).
Deze hoge spanning staat niet constant op, de bougie want dan zou deze blijven vonken en dat is niet de bedoeling. De bougie moetvonken net voordat de zuiger boven in de cilinder staat (Bovenste Dode Punt).
Bij stationair draaiende motor is dit 10 graden krukas verdraaiing dus 10 graden voor B.D.P.
Of de bougies ook werkelijk op het juiste tijdstip vonken wordt bepaald door de afstelling van de contactpunten. De contactpunten zijn onder de verdeelkap onder de rotor gemonteerd.
De afstelling van de contactpunten is zo 'n beetje het belangrijkste voor de juiste werking van de ontsteking. Voor we de contactpunten gaan afstellen controleren we eerst de toestand waarin de contact punten zich bevinden. De contactpunten behoren alle twee een glad oppervlak te hebben waarmee ze netjes op elkaar gaan in gesloten toestand. Zit er nu op een van de contactpunten een bultje en in het andere vlakje een puntje dan is vervanging aan te raden. (materiaalkosten+/- fl. 10,-) De nieuwe contactpunten, eerst ontvetten m.b.v. thinner of wasbenzine. Als de nieuwe Contactpunten geplaatst zijn de "contacthoek" afstellen. Dit gaat het nauwkeurigst met een contacthoekmeter. maar aangezien de meeste beginnende zelfsleutelaars zo 'n meter niet zullen hebben doen we dit met een voelermaatje.
Voor het afstellen de auto in de versnelling zetten op een vlakke ondergrond. Nu de auto zo ver verplaatsen dat het fibemokje van de contactpunten boven op een van de vier nokjes staat van de verdeleras.
De contactpunten zijn nu dus maximaal geopend. De ruimte tussen de contactpunten moet nu afgesteld worden op 0.37 -0.43 mm (voelermaatje 0.40 mm). Het verstellen gaat door de montage schroef van het vaste deel iets los te draaien. Nu het plaatje zo ver te verschuiven dat het voelermaatje van 0.40mm er net tussen past.

Bij de juiste afstand de bevestigingsschroef aandraaien en de afstand nogmaals controleren. Het bewegende gedeelte moet nu net loskomen van het vierkante asje. Als u er nu een voelermaatje van 0.45 mm tussen de contactpunten doorhaalt. Als u toch in het bezit bent van een contacthoekmeter dan moet deze 55 graden 3graden aangeven, is de contact hoek te groot dan moet u de puntjes iets verder bij elkaar zetten, is de contacthoek te klein dan moeten de puntjes iets verder uit elkaar.

 

 De contactpuntafstand


Nu de contacthoek juist afgesteld is, kunnen we de ontsteking "op tijd" zetten, hiermee bepalen we wanneer de bougie vonkt.
Voor het "op tijd" zetten van de ontsteking zijn ook weer twee methoden:
• met een stroboscooplamp, de meest praktische en zekere manier.
• met een 12 volt proeflampje
Aangezien de aankomende zelf sleutelaar waarschijnlijk geen stroboscooplamp zal hebben, eerst de simpele manier met de 12 volt proeflampje.
Deze manier geeft een nauwkeurigheid van 95 % bij één voorwaarde: de motor mag beslist alleen in de draairichting van de motor verdraaid worden, dus niet terug draaien i. v.m. speling op diverse onderdelen (o.a. distributie).
Het proeflampje aansluiten op de twee schroefaansluitingen boven op de bobine (aansluiting 1 en 15)Hierbij moet het contact "aan" staan. De ontsteking wordt afgesteld op 10 graden voor BDP .
Voor het afstellen is een speciale uitsparing in het vliegwielhuis (aan de bestuurderskant van de auto net naast de motor, gewoonlijk afgedekt met een zwart plastic dop 4 * 5 cm).
Als we de plastic dop verwijderen zien we het vliegwiel, in het vliegwiel zit een "boring". Nu gaan we de motor zover verdraaien tot het lampje precies uitgaat, nu moet de boring precies onder het 10 graden voor BDP merkteken staan, is de boring totaal niet te zien dan de motor nog een halve slag draaien totdat het lampje precies weer uitgaat.
Dan kan de ontsteking goed staan (boring precies onder het 10 garden BDP merkteken). De ontsteking kan ook te vroeg staan, de boring staat iets rechts van het 10  graden voor BDP merk teken. Of de ontsteking staat te laat, de boring staat iets links van het 10 graden voor BDP merkteken.

Als het ontstekingstijdstip onjuist is moet dit versteld worden. Om het tijdstip te verstellen moet de bevestigingsmoer van de verdeler iets losgedraaid worden.
Staat het tijdstip te vroeg dan moet de verdeler met de klokrichting meegedraaid worden, Staat het tijdstip te laat dan de verdeler tegen de klokrichting in verdraaien (altijd maar heel weinig verdraaien). De motor één keer helemaal ronddraaien tot het lampje precies weer uitgaat, weer bij het vliegwiel kijken, indien nog niet op tijd weer een beetje bijstellen.

 

Het ontstekingstijdstip verstellen

Als de boring precies onder het 10 graden merkteken staat de moer van het verdelerhuis weergoed aandraaien en nog eenmaal het tijdstip controleren (motor één keer ronddraaien)

Met behulp van een stroboscooplamp gaat het afstellen makkelijker en nog nauwkeuriger. De werkwijze is als volgt: (rotor en verdelerkap geïnstalleerd). De inductieklem van de stroboscooplamp om de bougiekabel van de eerste bougie. Voor de duidelijkheid de boring in het vliegwiel en het 10 graden voor BDP merkteken wit maken met b.v. tipex. De motor starten en de stroboscooplamp richten op het vliegwiel, de boring in het vliegwiel moet nu "stilstaan" bij het 10 graden merkteken. Staan de tekens niet gelijk dan moeten we ook hierbij het verdelerhuis verdraaien. De motor even uitzetten en de bevestigingsmoer iets losdraaien, motor weer starten en stroboscooplamp weer richten, nu met de andere hand het verdelerhuis verdraaien tot de merktekens gelijk staan. Staat het tijdstip juist dan het verdelerhuis weer vastzetten en nogmaals het tijdstip controleren.
 

Elektronische ontsteking
Bij de elektronische ontsteking is het afstellen een stuk eenvoudiger , als het moet gebeuren want gewoonlijk is afstellen niet eens nodig. De elektronische ontsteking heeft geen contactpunten, maar in plaats daarvan een inductie element. Hierbij zijn geen mechanische contacten die aan slijtage onderhevig zijn. Als de elektronische ontsteking goed afgesteld is hoeft er niets meer aan gedaan te worden. Moet de ontsteking opnieuw afgesteld worden, bijvoorbeeld na een motor revisie dan kan dit alleen met een stroboscooplamp, hierbij hoeft alleen het ontstekingstijdstip afgesteld worden volgens het eerder omschreven principe.
 

De hoogspanning
In de bobine wordt de hoge vonkspanning van de bougie opgewekt. De bobine verschilt per ontstekingssysteem, de elektronische bobine verschilt totaal van de contactpunten bobine. Deze twee bobine kunnen dus niet verwisseld worden. Heeft u dus het enthousiasme om een contactpunt vrije ontsteking van de sloop te halen, neem dan wel meteen de bobine + elektronica mee.
De hoogspanning gaat vanaf de bobine naar de verdeelkap, waar deze verdeeld wordt over de vier bougies door de rotor. De rotor draait rond onder de verdeelkap, maar maakt net contact met de koperen lipjes onder de verdeelkap. De koperen contactjes dienen corrosievrij te zijn (schoonkrabben met een mesje), als ze erg verweggebrand zijn de verdeelkap en rotor vervangen.
Vanaf de verdeelkap gaan we via de hoogspanningskabels naar de bougies. Ook de conditie van de hoogspanningskabels is weer belangrijk, als ze uitgedroogd zijn krijgt het vochtvrij spelen dat gaat nu eenmaal niet bij elektriciteit.
Hiervoor zijn leuke spuitbussen in de handel, maar op de lange duur geeft dit alleen maar weer problemen. Wanneer de spray uitgewerkt is, trekt deze kleverige substantie vuil aan waar dan weer vocht intrekt. Oftewel het is zeer aan te raden om toch maar nieuwe bougiekabels te monteren, waar van u 's winters veel plezier zult hebben.
Inmiddels zijn we aangekomen bij de bougies. De bougies draaien we eruit meteen speciale bougiesleutel. Bij het verwijderen van de bougie heeft het de voorkeur ze stuk voor stuk te verwijderen, zodat de bougiekabels niet verwisselend kunnen worden (bougiekabels mogen beslist niet verwisseld worden). Als de bougie verwijderd is kijken we eerst in welke staat deze verkeert. Zij de twee elektrodes ingebrand of is de isolator om de middelste elektrode gebarsten dan moeten de bougies vervangen worden, wel alle vier tegelijk. Zijn de bougies alleen een beetje vervuild dan hoeft u ze alleen schoon te borstelen met een "koperen" bougieborsteltje (schuurpapier kan ook). Daarna meteen voelermaatje de afstand tussen de elektrode controleren. De elektrode afstand is afhankelijk van het type bougie en ligt tussen 0.6- 0.8 mm (kijk in de handleiding). Is de waarde niet te vinden dan voldoet 0.7 mm meestal.
 

Condensator
Er is alleen bij de ontsteking met contactpuntjes een condensator gemonteerd. Ook de condensator heeft invloed op de ontsteking. Branden de contactpuntjes erg snel in dan is meestal de condensator op z'n eind. Het kan ook gebeuren dat er kortsluiting in de condensator optreedt waardoor de motor helemaal niet zal aanslaan. Om dit te controleren sluit hiervoor een proef lampje aan op de aansluiting 1 en 15 op de bobine knippert het lampje niet bij het starten van de motor dan is de kans erg groot dat de condensator defect is. (Let wel op dat de contactvlakken van de contactpunten schoon zijn).

De condensator


Tom de With
 

Terug naar de Techniek-pagina