CARLO ABARTH, de man en zijn geschiedenis

Karl Abarth werd op 15 november 1908 in Wenen geboren en was de
zoon van Dora en Karl, senior.Toen hij 11 jaar oud was toonde hij
moed en doorzettingsvermogen door diens vrienden uit te nodigen
om op zijn scooter een helling naar beneden te rijden: hij won niet;
zijn vrienden waren bovendien veel ouder dan hem. Destijds kreeg hij
een briljant idee: door het inkorten van de riem en deze direct de wie-
len te laten aandrijven kon hij de toenmalig geproduceerde scooters
overtreffen op het gebied van grip en soepelheid. Deze vinding droeg
er toen toe bij dat hij diens vrienden kon verslaan. Karl bleef in Wenen,
bij zijn moeder, wonen terwijl diens vader richting Merano vertrok om
zijn grootvaders hotel, de Sonne, te managen. Zijn vader werd toen
Italiaans staatsburger.

Op 15 jarige leeftijd had de grote en potige Karl, junior, een passie,
namelijk wielrennen, iets waar deze best goed in was. Op school werd
hij goed in een vak waarbij inspiratie en inbeeldingsvermogen gevraagd
werd: namelijk tekenen. Op 16 jarige leeftijd maakte hij een proefrit
met een motorfiets van een vriend waarbij deze tegen een muur reed.
Het repareren van die motorfiets bleek toen al geen probleem voor hem:
hij had toen al een passie voor mechanica en de reparatie lukte hem
dus goed. In diens vrije tijd leerde hij de beginselen van techniek in de
Degan garage te Wenen: een werkplaats gespecialiseerd in fijnmechani-
ca.

Op 19 jarige leeftijd trad hij in dienst bij de motorsport-afdeling van
Motor Thun in het Oostenrijkse Traiskirchen,  een fabriek waarbinnen
motorfietsen geproduceerd werden van het merk: 'MT'.  In 1927 con-
strueerde Karl zijn eigen motorfiets door onderdelen van verscheidene
merken bij elkaar te monteren.

Een jaar later werd hij gevraagd om mee te racen in de Grand Prix van
Oostenrijk: hij wist zich te kwalificeren en wel op pole-positie. Helaas
moest hij uitvallen gedurende deze race. Binnen ditzelfde jaar werd hij
toch winnaar in Salzburg.
Karl was een veelbelovend motorsporttalent.
Onderwijl was diens moeder overleden en legde hij zich toe op de fabri-
cage van zijspannen. In 1934 gebruikte hij een zijspan in een snelheids-
wedstrijd tegen de Orient Express trein.
Op de heenweg verloor hij 15 minuten, doch op de terugreis wist hij de
trein te verslaan
, waardoor hij een enorme publiciteit kreeg. Van 1934
tot 1938 was hij een professioneel zijspanracer: hij won vaak, hoofdza-
kelijk door diens kennis van mechanica en ervaring. In 1934 trouwde
hij Anton Pïech's secretaresse. Pïech was de echtgenoot van Louise
Porsche, dochter van het grote motor-genie Ferdinand Porsche. In 1938
reed hij vervolgens races onder Italiaanse vlag, hij was namelijk inmid-
dels de zoon van een Italiaanse staatsburger geworden.

In 1939, in Lubljana, stopte diens karriere als coureur ineens: hij woon-
de toen in Joegoslavië, waar hij toen als monteur werkte. Hij bouwde
normale benzinemotoren om naar steenkoolmotoren, een belangrijke
krachtbron gedurende de oorlog.
In 1945 vond de hereniging met
diens vader in Merano plaats. Hij veranderde vervolgens diens voornaam
naar Carlo.
Hij werd verkoper van tapijten en fietsen tot het jaar 1946,
het jaar waarin deze weer contact kreeg met "Ferry" Porsche, zoon van
Ferdinand. Deze besloot Carlo toe te voegen aan diens team van tech-
nici welke het Duitse bedrijf vertegenwoordigden in Italië. Samen met
Carlo was Rudolph Hruschka, een getalenteerd technicus. Samen ont-
wikkelden zij een Grand Prix auto in opdracht van de Turijnse onder-
nemer Pietro Dusio, directeur van Cisitalia (Consorzio Industriale
Sportive Italia
), een toenmalig sportauto-merk. De opbrengst van dit
project werd toen grotendeels gebruikt voor de vrijlating van Ferdinand
Porsche, die op dat moment gevangen zat in Frankrijk. Abarth heeft zich
toen nog actief  voor diens vrijlating ingezet. Cisitalia ging in die tijd
over tot de productie van de D46 een-zitter en de 202 Sport en GT,
designed door Dante Giacosa en Giovanni Savonuzzi, zij hadden toen
succes met deze auto's op basis van de Fiat 1100 motor.
 


De enorme uitgaven tijdens de 360 Grand Prix ondermijnden Dusio's
financiële draagkracht.
Abarth werd gedwongen het bedrijf te verlaten,
met medeneming van al de, onder diens supervisie, gebouwde 204 Sports,
als ook een paar dozen onderdelen.
Bij die onderdelen zat een uitlaat
ontwikkeld door Giovanni Savonuzzi, zelf geïnspireerd door de techniek
van (vuurwapen-) geluiddempers.                                                              

Op 31 maart 1949 werd het nieuwe handelmerk "Abarth & C." opgericht.
Het bedrijf was gevestigd aan de Via Don Minzoni 9 te Bologna. Als be-
drijfsembleem werd een schorpioen gekozen, Carlo's sterrenbeeld.

Op 15 april 1949 werd de "Squadra Carlo Abarth" opgericht: er werd
gereden met de 204's. Op 10 april 1950 won Tazio Nuvolari de "Palermo-
Monte Pellegrino" race achter het stuur van een Cisitalia-Abarth 204.
Het werd de introductie van de 'Schorpioen' binnen de autoracesport.
Carlo was een bevlogen ondernemer en wist dat de autoproductie be-
langrijk was doch daarnaast verkocht hij in 1950 meer dan 1000 uitlaten.
Op 9 april 1951 verhuisde hij het hoofdkantoor van diens bedrijf naar
Turijn, naar de Via Trecate 10. Gedurende deze tijd werd de relatie met
FIAT steeds sterker. In 1956 werden Abarth uitlaten, als bewijs van hun
goede kwaliteit, tevens gemonteerd op Ferrari's. Eind dit jaar steeg de
verkoop van uitlaten naar meer dan 100.000 stuks.
In diezelfde tijd was
de FIAT 600 populair.
Bij die gelegenheid onwikkelde Carlo de '750' uit
deze stadsauto. Deze auto werd een ‘kleine bom’, ontwikkeld en met
industriële nauwkeurigheid gefabriceerd.
De behaalde overwinningen
werden ontelbaar.
Na de 750 construeerde Carlo de GT, designed door
Zagato: het werd de eerste in een serie van steeds geraffineerder wor-
dende auto's, die tenslotte doordrongen in de majestueuze 6 liter
prototype en de 2 liter auto’s en welke uiteindelijk de "Campionato
Europeo Marche" wisten te winnen.



In juli 1957 introduceerde FIAT de nieuwe 500. Abarth verbeterde deze
auto motorisch: het jaar daaropvolgend wist het bedrijf meerdere Inter-
nationale records te verbreken.
Ook gedurende dat jaar werd de hoofdzetel van het bedrijf verhuisd
naar een grotere locatie: naar de Corso Marche 38 in Turijn.

In 1961 werd de FIAT 600D de basis voor de Abarth 850 TC, een auto
welke het succes van het bedrijf nogmaals vergrootte, zowel op het ge-
bied van de autosport als de verkoop.
 


Iedereen wenste nu zijn auto te ‘Abarthiseren’. In het jaar 1967, het jaar
van de internationale crisis, kocht FIAT 50% van de aandelen Ferrari en
100 % van de aandelen Autobianchi en Lancia. Abarth weigerde diens
aandelen te verkopen.

In het jaar 1971 ontwierp Abarth de "Formula Italia" eenzitter, tezamen
met de Autobianchi A112 Abarth.
 

Het bedrijf floreerde: er werkten  toen ongeveer 200 medewerkers binnen
het bedrijf en de productie van uitlaten bedroeg ongeveer 200.000 uitlaten
per jaar. Uiteindelijk was de  tegenvallende internationale economie er de
reden voor dat Abarth toch moest ingaan op het aanbod van FIAT.
De ‘Schorpioen’ werd door FIAT gekocht op 15 oktober 1971.
Nog een paar jaar werkte Carlo voor FIAT om uiteindelijk met pensioen
te gaan en naar Wenen te verhuizen. Helaas overleed Carlo tengevolge van
een ernstige ziekte op 24 oktober 1979, een dag welke voor altijd aan de
analen van de ‘Schorpioen’ werden bijgeschreven.

                                                                 A
utobianchi Club Nederland