De historie van de Autobianchi Bianchina

 

Het eerste type Autobianchi: de Bianchina !

We schrijven het jaar 1955 toen Fernacio Quintavalle een joint venture bewerkstelligde tussen de Italiaanse bandenfabrikant Pirelli, FIAT en de Italiaanse fietsfabrikant: Bianchi, het automerk: Autobianchi SpA, was een feit. De fabriek verrees in het Milanese Desio.

 

 

Op het 1,4 km2 fabrieksterrein werden de eerste activiteiten ontplooit, welke bekend zouden worden als project 110 B.  Dit leidde uiteindelijk tot de fabricage van de eerste Autobianchi: de Bianchina Trasformabile. De Trasformabile werd twee jaar later, om precies te zijn: op 16 september 1957,  gepresenteerd in het Milanese Museum voor wetenschap en technologie.

De pers was enthousiast. Het was een nieuwe super-compact auto welke op een andere, een meer elitaire, markt gericht was, dan diens neefje: de Fiat 500, de algemeen bekende Italiaanse ‘volksauto’. Qua techniek verschilde de Trasformabile niet veel van zijn neefje en het model bleek erg in de smaak te vallen.

 

De Trasformabile:

De Trasformabile, een convertible-uitvoering, welke voorzien was van een volledig vinyl-canvas roldakje, werd op de markt gebracht als ‘4’-zitter, doch feitelijk konden er slechts 2 volwassenen en 2, niet al te grote, kinderen plaats vinden in dit olijke autootje. De bagageruimte was ook al niet erg over-bemeten, dus het werd geen autootje om daarmee eens een Europa-trip te ondernemen. Hierbij te bedenken dat men destijds, in Italië, weinig alternatieven als vervoermiddel had, om op het werk te komen of voor een uitstapje nam men doorgaans de autobus of de Vespa / Lambretta scooter. Had men daarnaast de luxe van een auto, dan werd deze doorgaans alleen op de zondag of vakanties gebruikt. Men was er zuinig op.

De aanschafprijs van de Bianchina was in Italië iets duurder dan de FIAT 500. De FIAT 500 wisselde van eigenaar voor de prijs van 495.000 Italiaanse Lire, de Bianchina voor 565.000 Italiaanse Lire, maar daar kreeg je dan wel iets meer: de auto kon in meer kleuren besteld worden; de Bianchina had een cabrio-uitvoering en bleek beter te zijn afgewerkt.

Met betrekking tot de techniek kunnen we kort zijn. Zowel de Fiat 500 als deze Bianchina waren voorzien van een luchtgekoelde 479 cc, 2-cylinder, motor welke 13 PK vermogen leverde en welke een topsnelheid kon bereiken van 80 km./uur.

 

De Bianchina was in vergelijking tot de 500 2 centimeter breder en 4 centimeter langer. Tevens bleek deze 30 kilogram zwaarder. Aandeelhouder Pirelli voorzag de Bianchina daarnaast van banden met mooie, witte, wangen, de zg. simplon bandjes. Deze gaven de Bianchina een luxe/chique uitstraling.

Een paar maanden na de introductie onderging de motor een modificatie. Het vermogen werd verhoogd naar 15 PK, de cylinder-inhoud wijzigde niet. Het vermogen zou iets later ook nog vergroot worden naar 16,5 PK. De maximumsnelheid steeg hierdoor naar 85 km./uur. We zullen dan moeten wachten tot einde 60-er jaren als het vermogen nogmaals onder handen genomen wordt: de cylinderinhoud wijzigde naar 499 cc, het vermogen steeg wederom, nu naar: 17,5 PK, bij een maximumsnelheid van 95 km./uur.

In 1960 worden twee nieuwe Bianchina modellen gepresenteerd: de Cabriolet en de Panoramica. De Cabriolet, om mee over de Italiaanse ‘boulevards’ te floreren, de Panoramica, een soort bestel-uitvoering, voor het alledaags gebruik.

 

De Cabriolet:

 

De Bianchina Cabriolet is misschien wel de kleinste cabriolet ooit gebouwd. De Cabriolet werd gepresenteerd als 4-zitter en werd gekenmerkt door een zwarte canvasdoek-dak of top. Door het laten verdwijnen van de C-stijl kreeg de bestuurder een volledig 360 graden zicht op het hem/haar omringende landschap.

De Cabriolet werd gepresenteerd op de Autosalon van Genève in april 1960. de Cabriolet werd door het publiek minder enthousiast ontvangen als de eerdere Trasformabile, mogelijk is de hogere aanschafprijs van 635.000 Italiaanse Lire daar wel debet aan geweest.

De Bianchina Cabriolet werd voorzien van een krachtigere krachtbron, het werd een motor welke maar liefst 21 PK vermogen en een topsnelheid van 105 km./uur bracht. Het was dezelfde motor welke FIAT plaatste in de Fiat 500 Sport, welke het moederbedrijf bouwde voor snelheid en uithoudingsvermogen-wedstrijden. De beroemde motorconstructeur/tuner: Carlo Abarth ging zich nadrukkelijker met de ontwikkeling van de motoren bezig houden. Dit leidde in februari 1958 tot internationale waardering toen de twin-luchtgekoelde motor, onafgebroken en zonder problemen, voor de duur van maar liefst 168 uren liep en belast werd. Dit droeg toen bij tot een betere verkoop van deze motor.

De Autobianchi Cabriolet is rijkelijk voorzien van chromen carrosserie-delen en werd in heldere, levendige kleuren gespoten. De cabriolet werd in 3 series gebouwd tot en met het jaar: 1969. Er rolden 9500 exemplaren van de lopende band. Wereldwijd rijden er nog ongeveer 2000. Hedendaags is dit model een zeer gewild verzamelaars – object, de vraagprijzen bereiken al snel de 20.000 Euro voor een goed exemplaar.

 

Panoramica (de stationwagon):

De reclame-slogan van de Panoramica was destijds: ‘Mooi, comfortabel en wendbaar’ of ‘De bekende vierzitter door een verlengde carrosserie’.

Eigenlijk onnodig om te zeggen, maar de mechaniek en het zelfdragende onderstel waren afkomstig van de Fiat 500 Giardiniera. De afstand tussen de voor- en achteras werd met 10 centimeter verlengd, waardoor een grotere beenruimte voor de achterpassagiers bereikt werd. De toegang tot de bagageruimte was superieur als gevolg van de wijd openslaande achterklep. De eerste serie Panoramica was uitgerust met een sunroof en was in een two-tone lak en talrijke chromen delen uitgevoerd, alsmede met Pirelli-banden met witte vulcanized wangen. De auto had een hogere laadcapaciteit en was berekend op 4 volwassen personen en maar liefst 250 kg. belading. De achterbank kon naar voren worden geklapt waardoor een riante laadruimte gecreëerd werd.

De Panoramica werd voorzien van een nieuwe motor waarbij de 2 cilinders horizontaal ten opzichte van elkaar lagen, de motor kreeg hierdoor de Italiaanse bijnaam: ‘a sogliola’ , hetgeen, vrij vertaald: ‘de enige’ betekent. De ligging van de zuigers van deze motor werden gewijzigd van verticaal naar horizontaal om een lagere laadruimte boven de achterin liggende motor te kunnen bewerkstelligen. Het werd een nieuw ontwikkeld aluminium monoblock, welke zeer compact werd. De cylinderinhoud en het vermogen bleven ongewijzigd. In verband met het hogere laadvermogen werden een aantal onderdelen, waaronder de remmen, verzwaard.

Medio 1962 zal er nog een minivan / bestelauto op basis van de Panoramica op de markt verschijnen onder de naam: Furgoncino. Deze uitvoering kenmerkt zich door slechts 2 zitplaatsen (voorin) en een grote laadruimte achter de voorzittingen. De achterramen, behoudens de achterklepruit, werden verwijderd. In 1965 werd de carrosserie-vorm nog eenmaal gewijzigd door de laadruimte nog eenmaal te verhogen, hierdoor ontstond een laadruimte van bijna 2 kubieke meter, in plaats van de gebruikelijke 1. Het maximum toelaatbare laadvermogen bleef ongewijzigd ten opzichte van het eerste model, deze bleef 320 kg (inclusief bestuurder).

De Bianchina Panoramica was bedoeld voor een breder publiek en droeg bij aan het succes van Autobianchi. Gedurende de 9 jaar durende productie rolden er meer dan 177.000 stuks van de band. Het was een echt succes sinds diens presentatie in juni 1960. De Panoramica werd in 1969 vervangen door de Fiat 500 Giardiniera.

 

De Autobianchi 500 Giardiniera:

De Autobianchi Bianchina Giardiniera: met de productie van de Giardiniera werd in 1960 gestart in Turijn bij de Mirafiori fabriek. Daar werd de Giardiniera naast de FIAT 500D (met 'zelfmoord-deurtjes') op dezelfde productielijn gemaakt. Vanaf de introductie van de FIAT 500F in 1965 (de 500 met 'normaal scharnierende' deuren), werd de productie van de Giardiniera naar Autobianchi in Desio verplaatst. Daar is de Giardiniera tot diens laatste productiejaar (1977) geproduceerd. Vanaf (ongeveer) juni 1968 is de merknaam/typenaam van het model officieel: AUTOBIANCHI BIANCHINA GIARDINIERA. Tussen 1968 en 1977 zijn er enkele kleine veranderingen aan de auto doorgevoerd. De 'dichte' versie, de Furgoncino, en de dichte versie met grote opbouw (de 320/2) zijn ook beiden in Desio geproduceerd.

 

 

 

 

                                                                               

 

De dichte versie (links) en de 320/2 (rechts)

In de Giardiniera lag achterin dezelfde ‘horizontale’-zuiger motor als de Panoramica. Het front van de Autobianchi Bianchina Giardiniera kreeg een Fiat 500 'smoel en achterkant’. De Giardiniera was leverbaar met een roldakje en een ‘gewoon’  plaatwerken dak.

Gedurende de acht jaren durende productie werden er ongeveer 120.000 Autobianchi’s Bianchina Giardiniera geproduceerd. 

Rest ons nog, als laatste, een Bianchina model te belichten:

 

De Berlina / Quattroposti:

Het laatste model Bianchina welke wij hier willen beschrijven is de Berlina, ook wel Quattroposti genaamd. Dit model werd in Italië ook wel ‘Televisore’ (televisie) of ‘Pagodino’ (luifel) genaamd, het geen dit model te danken had aan diens verticale en grote achterruit en/of diens. als een vierkante luifel, overstekende dakrand aan de achterzijde van het dak.

De prijs van dit model was in Italië: 650.000 Italiaanse Lire en was redelijk te noemen in vergelijking tot de overige Bianchina modellen. De Berlina of Quattroposti was qua uitvoering best buitensporig ten opzichte van de FIAT 500. Qua motor en prestatie was deze gelijk aan de FIAT 500.

Door de vierkante daklijn kregen de achterpassagiers echter meer comfort en ruimte ter beschikking. Ondanks diens ruimere zit en rijkere uitrusting overtuigde deze Berlina niet echt. Hij was namelijk een stuk duurder en bleek niet meer echt compact, het grote voordeel van de Fiat 500. Dit model werd geproduceerd gedurende 7 jaren, en wel vanaf 1962 tot 1969.

In totaal werden er van dit model ongeveer 109.000 stuks geproduceerd. De laatst gemaakte

modellen (vanaf bouwjaar 1967) waren voorzien van skai lederen bekleding met speciale zwarte geribbelde stiksels op de zetels en zijpanelen en was voorzien van portiervakken. Ook werd er nog een ‘Special’-uitvoering op de markt gebracht, welke voorzien was van een 21 PK motor en chromen bumpers.  

De film: ‘Fantozzi’ van Paolo Villaggio deed de Berlina niet veel goeds. Daarin reed Villaggio voortdurend een witte Berlina, denigrerend uitgelachen door iedereen welke hem in die film ontmoette.

Gelukkig is dit momenteel anders!!!

De Bianchina is vandaag de dag een opvallende verschijning. De markante lijnen en kleine, unieke,  modellen zorgen regelmatig voor enthousiaste oldtimer-liefhebbers welke naarstig op zoek gaan naar het merkembleem om zodoende het automerk te kunnen achterhalen.

Tezamen met haar leden tracht de Autobianchi Club Nederland deze bijzondere en olijke autootjes rijdende te houden en haar eigenaars/liefhebbers daarbij te ondersteunen!

De Autobanchi Club Nederland